InfoNu.nl > Huis en Tuin > Wonen > Gasthuizen en hofjes in Groningen

Gasthuizen en hofjes in Groningen

In 816 gaf paus Stefanus V opdracht aan alle bisschoppen dat zij in hun bisdom voor de hulpbehoevende medemens een armenhuis moesten stichten. Eeuwen later namen vrome particulieren het verzorgen van de hulpbehoevende medemens over en kregen armen, weduwen, bejaarden, zieken en soms ook pelgrims door de eeuwen heen onderdak in een zogenaamd gasthuis waarbij liefdadigheid voorop diende te staan. Zo ook heeft de stad Groningen gedurende een aantal eeuwen gasthuizen gekend.

Hofjes in Groningen nu geen liefdadigheid meer

In de stad Groningen hebben eeuwenlang 32 gasthuizen bestaan vaak in de vorm van hofjes. Een hofje bestaat uit een binnenplaats met daar omheen een aantal huisjes die evenals de gasthuizen eeuwenlang werden gebruikt als woonplek en voor verzorging van mensen in het kader van de liefdadigheid. Momenteel telt Groningen nog 22 gasthuizen of hofjes met heel andere bestemmingen.

Overzicht gasthuizen en hofjes

Pelstergasthuis - vóór 1267

Het Pelstergasthuis is een hofje dat vernoemd wordt naar de straat waarin het zich bevindt maar waarvan de officiële naam het Heilige Geestgasthuis luidt. Het is het grootste en naar alle waarschijnlijkheid ook het oudste gasthuis van Groningen. Het stichtingsjaartal is niet precies bekend maar moet vóór 1267 zijn. Het gasthuis bestaat uit drie binnenhofjes en heeft een kapel. Op een van de hofjes bevindt zich nog een gietijzeren pomp uit de negentiende eeuw.

Pepergasthuis - 1405

Het Pepergasthuis is een hofje dat eigenlijk Geertruidsgasthuis heet maar evenals het Pelstergasthuis altijd genoemd is naar de naam van de straat waarin het ligt. Oorspronkelijk deed het gasthuis dienst als opvang voor pelgrims die naar een relikwie kwamen van Johannes de Dooper in de Martinikerk. In 1482 werd een kapel bij het gasthuis gebouwd die werd vernoemd naar de beschermheilige van de reizigers Gertrudis van Nijvel. Na 1594 kreeg het gasthuis een nieuwe bestemming als wooncomplex en konden Groningers van 50 jaar en ouder zich inkopen voor huisvesting en verzorging tot hun dood. Het gasthuis is verschillende keren uitgebreid, voor de laatste keer gebeurde dat in 1861. In 1954 werd besloten dat de woningen ook gehuurd konden worden vanwege de ontstane leegstand. In 1989 werden de woningen flink gerestaureerd.

Mepschengasthuis - 1479

Het Mepschengasthuis wordt ook Sint-Annengasthuis genoemd en staat in de Oude Kijk in ít Jatstraat. Het gasthuis werd gesticht door de weduwe van Otto ter Hansouwe, ooit burgemeester van Groningen. De stichtster Syerd Lewe woonde naast het gasthuis. Zij stichtte het ter ere van de heilige Anna, de moeder van Maria, waar de naam Sint-Annengasthuis vandaan komt. De stichting die het gasthuis momenteel in stand houdt verhuurt kamers aan alleenstaande vrouwen.

Jacob en Annagasthuis - 1495

Het Jacob en Annagasthuis is een hofje in het Gasthuisstraatje en werd gesticht door Jacob Grovens en zijn vrouw Eteke Sluchtinge. Het gasthuis werd vernoemd naar de apostel Jacobus en naar de moeder van Maria genaamd Anna. Er was in het gasthuis oorspronkelijk plaats voor twaalf arme bewoners. In 1539 werd het gasthuis met vijf plaatsen uitgebreid. In 1982 werd het als complex geschikt gemaakt voor één en tweepersoons huishoudens naast een aantal gemeenschappelijke ruimtes.

Sint Anthonygasthuis - 1517

Het Sint Anthonygasthuis is een gasthuis dat ligt aan de Rademarkt en is waarschijnlijk gesticht door het stadsbestuur. Het lag destijds tegen de stadsmuur aan en diende ook als pesthuis en later dolhuis welke functie het gasthuis tot 1844 heeft behouden. Daarna werd het gasthuis bewoond door ouden van dagen. Momenteel zijn er in het complex woningen beschikbaar.

Aduardergasthuis - 1613

Het Aduardergasthuis ligt aan de Munnekeholm. De kloosterabt Wilhelmus Emmius liet het huis per testament na als gasthuis voor acht oude, schamele vrouwelijke personen. Het pand wordt momenteel gebruikt als studentenhuisvesting.

Armhuiszitten Convent - 1621

Het Armhuiszitten Convent staat aan de A-Kerkstraat. Arme huiszittenden, waarnaar het huis is vernoemd, waren armen die wel een woning hadden maar niet in staat waren zelf in hun levensonderhoud te voorzien.

Anna Varvers Convent - 1635

Het Anna Varvers Convent is te vinden in de Nieuwe Kijk in ít Jatstraat en werd in 1635 (volgens het opschrift in 1632) opgericht door Anna Varvers, de weduwe van Andries Jaspers Varvers en was bestemd als gasthuis voor vijf of zes vrouwen.

Zeylsgasthuis - 1646

Het Zeylsgasthuis bevindt zich in de Visserstraat en werd gesticht door Berend Seilmaker en zijn echtgenoot en de weduwe van Berendís broer. Er was woonruimte voor vijf weduwen die meestal familieleden waren van de voogden van het gasthuis. Het gasthuis werd in 2003 gerestaureerd en is nog steeds in gebruik als gasthuis.

Wytzes- of Schoonbeeksgasthuis - 1696/1911

Het Wytzes- of Schoonbeekgasthuis is gesticht door Lubbina van Daelen weduwe van Hindrick Wytsens. Het tweede deel van de naam van het gasthuis is een verwijzing naar Jacobus Schoonbeek die ooit een van de voogden van het gasthuis was. Het oorspronkelijke Wytzes- of Schoonbeekgasthuis was gelegen aan De Laan maar werd in 1911 verplaatst naar de Visserstraat.

Aaffien Olthofsgasthuis - 1767

Het Aaffien Olthofsgasthuis, ook wel Vrouw Wilsoorgasthuis genoemd, gelegen aan de Kattenhage, werd gesticht uit de nalatenschap van Aaffien Wilsoor, echtgenote van Jan Olthof. Oorspronkelijk was het gasthuis bedoeld voor drie vrouwen maar het werd in 1861 en 1901 uitgebreid zodat er meer onderdak geboden kon worden. In 1975 werden de lage witte huisjes, waaruit het complex bestaat, aangekocht door de BV Stadsherstel die ze restaureerde en daarna aan particulieren verkocht.

Juffer Tette Alberdagasthuis - 1778

Het Juffer Tette Alberdagasthuis is een hofje dat staat aan het Nieuwe Kerkhof. Juffer Tette Alberda stichtte reeds in 1658 het gasthuis voor zes oude vrouwen in twee panden aan de Nieuwe Boteringestraat waar zij zelf ook een huis bewoonde. Het gasthuis verhuisde in 1778 naar het pand aan het Nieuwe Kerkhof.

Corneliagasthuis - 1854

Het Corneliagasthuis, ook wel Tellegengasthuis genoemd, werd gesticht door de katholieke familie Cremers. Het gasthuis had zeven kamers die bestemd waren voor katholieke behoeftige vrouwen en weduwen. Het pand is een rijksmonument en in 1984 gerestaureerd tot woonhuis.

Juffer Margarethagasthuis - 1858

Het Juffer Margarethagasthuis is vernoemd naar een dochter van een rentmeesters van de Lutherse kerk, Margaretha Muller. Het gasthuis werd destijds gevestigd in een overgebleven deel van wat voorheen een weeshuis was, gecombineerd met nieuwbouw achter het voormalige weeshuis.

Gerarda Gockingagasthuis - 1870

Het Gerarda Gockingagasthuis staat in de Grote Rozenstraat en is door jonkheer Wolther Gockinga gesticht ter nagedachtenis aan zijn vrouw Gerarda Wolthers. Het werd in 1882 en 1891 uitgebreid. In het gasthuis leefden ongehuwde vrouwen en weduwen. Momenteel worden de huisjes bewoond door particulieren.

Doopsgezind Gasthuis - 1872

Het Doopsgezind Gasthuis is een hofje dat te vinden is in de Nieuwe Boteringestraat. Het gasthuis is gebouwd met een schenking van broeder Jacob Dijk die lid was van de Doopsgezinde Gemeente en is in 1883 uitgebreid met enkele woningen. In 1924 is het gasthuis opnieuw uitgebreid en in 1957 werd er weer een aantal woningen toegevoegd. In 1989 werd een vrij uitgebreide renovatie voltooid.

Middengasthuis (Kleine Rozenstraat) - 1872

Het eerste Middengasthuis van Groningen is een hofje dat ligt aan de zuidzijde van de Kleine Rozenstraat. Het gasthuis is gesticht door het Algemeen Diakengezelschap. Alleen hervormden van 55 jaar en ouder konden in het gasthuis woonruimte kopen. Toen het gasthuis te klein bleek werd een tweede Middengasthuis gebouwd in de nabijgelegen Grote Leliestraat. Omdat het hofje in 1978 niet meer te renoveren zou zijn werd het met sloop bedreigd. Uiteindelijk werd het in 1981 toch gerenoveerd.

Pieternellagasthuis - 1877

Het Pieternellagasthuis is een hofje gesticht door Ludewé Vink, weduwe van Antoni Janson, ter nagedachtenis aan drie overleden echtgenoten en twee kinderen. De naam van het Gasthuis is afgeleid van de namen van de twee kinderen Pieter en Pieternella. Voorwaarden voor een woonverblijf in het gasthuis waren een voorbeeldige levenswandel, geen overlast veroorzaken en geen misbruik van alcohol. Bij de plaatsing kregen schippers voorrang omdat de laatste echtgenoot van Ludewé Vink reder was geweest. Aan het eind van de zestiger jaren van de twintigste eeuw werden twee van de oudste gedeelten van het gasthuis gesloopt en een aantal woningen samengevoegd.

Sint Martinusgasthuis - 1880

Het Sint Martinusgasthuis is een hofje dat te vinden is in de Grote Leliestraat en werd aanvankelijk bewoond door rooms-katholieke oudere bewoners die zich fatsoenlijk moesten gedragen zonder ordeverstoring en onzedelijk gedrag. Tegenwoordig wordt het gasthuis hoofdzakelijk door dertigers en veertigers bewoond nadat de huisjes zijn gerenoveerd en sommigen zijn samengevoegd.

Remonstrants Gasthuis - 1890

Het Remonstrants Gasthuis is een hofje dat gelegen is aan de Noorderbinnensingel en is gesticht omdat er in die tijd behoefte bestond aan sociale voorzieningen speciaal voor de leden van de Remonstrantse Gemeente. Aanvankelijk bestond het gasthuis uit achttien woningen maar er zijn er later nog vijf bijgebouwd. Alle woningen zijn tussen 1976 en 1980 gerenoveerd. Omdat in de grote binnentuin veel rozenstruiken staan wordt het gasthuis ook wel Rozenhof genoemd.

Het Middengasthuis (Grote Leliestraat) - 1895

Het tweede Middengasthuis in de Grote Leliestraat is een hofje met een groot binnenterrein. Het is gebouwd in opdracht van het Algemeen Diakengezelschap omdat het eerste Middengasthuis te klein bleek te zijn geworden. Omdat er in de zestiger jaren van de vorige eeuw, evenals bij andere gasthuizen, minder behoefte bestond aan dergelijke verblijven werd het Middengasthuis verkocht en door woningbouwvereniging Concordia in 1986-'87 gerenoveerd.

Typografengasthuis - 1903

Het Typografengasthuis is een hofje dat gebouwd is in opdracht van het Groninger Boekverkoopers College en ligt aan de Petrus Campersingel. De woningen werden in 1972 verkocht aan particulieren en veelal verhuurd aan studenten waarvan er later een aantal de huizen kochten. Inmiddels is het complex een rijksmonument en wonen er ruim zestig mensen zowel jongeren als ouderen en alleenstaanden.

Lees verder

© 2011 - 2019 Rickandie, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Groningen stad: uitgaan, winkelen, bezienswaardighedenGroningen stad: uitgaan, winkelen, bezienswaardighedenGroningen is een leuke stad waar je voor van alles en nog wat terecht kunt. Je kunt er leuk winkelen, uitgaan, gaan eten…
Hofje vroeger als oudedagsvoorzieningHofje vroeger als oudedagsvoorzieningEen hofje bestaat uit een binnenpleintje met daar omheen een aantal gelijkvormige huisjes. De meeste hofjes zijn liefdad…
De zorg voor ouderen in de MiddeleeuwenVoor ouderen in de Middeleeuwen die niet meer konden te werken, bestonden er diverse vormen van zorg. Ze konden een bero…
Geschiedenis van de verpleegkundeGeschiedenis van de verpleegkundeVerplegen gebeurde al bij de oudste cultuurvolkeren maar waarschijnlijk werden de verplegingshandelingen verricht door n…
Groningen, de hoogtepuntenGroningen is een stad die steeds populairder wordt voor een binnenlandse stedentrip. De stad heeft vele culturele hoogte…
Bronnen en referenties
  • Wikipedia

Reageer op het artikel "Gasthuizen en hofjes in Groningen"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

H. Ybema, 07-11-2012 12:34 #2
L.s;

Ik zou wel in aanmerking willen komen voor een woning op een hofje in Groningen. Hoe kan ik mij hiervoor aanmelden?

Met vriendelijke groet; H. Ybema Reactie infoteur, 07-11-2012
Informeer eens bij: St. Sint Anthony Gasthuis te Groningen

Tineke Visscher-Schuurman, 01-01-2012 13:24 #1
Ik meen te weten dat de grootouders van mijn overleden echtgenoot, Jurrien Scholte en Nicola Scholte-van den Berg, in het begin van de 20ste eeuw met hun gezin (vier kinderen) in het Sint Martinus Gasthuis in de Leliestraat hebben gewoond. Uit de doelstelling van het Gasthuis moet ik echter wel opmaken dat het alleen bestemd was voor ouderen. Misschien werd daarop wel eens een uitzondering gemaakt? Kan iemand mij daarover iets vertellen?

Infoteur: Rickandie
Laatste update: 23-03-2016
Rubriek: Huis en Tuin
Subrubriek: Wonen
Special: Gasthuizen
Bronnen en referenties: 1
Reacties: 2
Schrijf mee!