InfoNu.nl > Huis en Tuin > Tuin > Werkzame bestanddelen in plantenvoeding

Werkzame bestanddelen in plantenvoeding

Werkzame bestanddelen in plantenvoeding Planten hebben om te groeien voedsel nodig dat zij uit de lucht, het water en de grond halen en voor hun opbouw gebruiken. Met behulp van deze voedingsstoffen van het bladgroen (chlorofyl) en het zonlicht, zijn zij in staat organische stoffen (b.v. zetmeel, suiker, eiwit, enz.) op te bouwen. De hoeveelheden voedsel die daarbij aan de grond worden onttrokken, is afhankelijk van het gewas.

Voedings- en meststoffen

Ze moeten echter weer aan de grond worden toegevoegd in de vorm van anorganische of organische meststoffen, wil de grond vruchtbaar blijven. Verzorging van de grond en bemesting moeten daarbij hand in hand gaan, want alleen een fijn kruimelige, vochtige grond is in staat de in de meststoffen aanwezige voedingsstoffen op te nemen en vast te houden, het uitspoelen ervan te verhinderen en ze voor de planten beschikbaar te houden. Bij onverzorgde zandgronden worden toegevoegde meststoffen door water en regen makkelijk naar de ondergrond uitgespoeld, waardoor ze voor de planten verloren gaan. Bij dergelijke grond heeft bemesting alleen zin als hij samengaat met een verbetering van de waterbindende capaciteit, dat wil zeggen met toevoeging van humus. Bij zware klei- en leemgrond moeten we er vooral op letten, dat hij goed luchtig is en warm kan worden, want ook dat zijn belangrijke voorwaarden voor het beschikbaar zijn van toegevoegde meststoffen.
Goed mesten vooronderstelt echter ook dat men de belangrijkste meststoffen en hun juiste dosering kent. Zowel door een tekort als door een overmaat aan voedingsstoffen kunnen planten in hun groei worden afgeremd en gevoelig worden voor ziekten.
Ook de houdbaarheid van geoogste producten hangt af van de juiste voeding van de planten. Het gehalte aan voedingsstoffen en vitaminen van onze groente- en fruitsoorten, wordt bepaald door de juiste voeding en de ontwikkeling van de planten.

Willen we de planten goed verzorgen met voedingsstoffen, dan moeten we weten welke voedselhoeveelheden in de grond ontbreken. Daarom is het nuttig voor het in orde maken van de tuin, een grondanalyse te laten uitvoeren om het gehalte aan anorganische voedingsstoffen te weten te komen. Verder moet men weten dat er bijvoorbeeld door veeleisende groentesoorten jaarlijks 1030 g stikstof, 10-20 g fosfaat (P₂O₅), 1040 g kali en 10-30 g kalk per m² aan de grond worden onttrokken. Daarnaast zijn echter ook andere elementen nodig als magnesium, ijzer, borium, mangaan, koper die in slechts heel kleine hoeveelheden bijdragen tot de juiste voeding van de planten. Deze noemt men daarom spoorelementen.

De chemische samenstelling van de plant

Ze behoren tot de basiskennis, die elke tuinier moet bezitten om met succes te kunnen tuinieren. Planten bestaan voor het grootste deel uit koolstof (C), die in de lucht als koolstofdioxide (CO2) voorkomt. Dit staat de planten weliswaar onbegrensd, maar in de lucht, toch in een zeer kleine concentratie ter beschikking. De plant neemt het op via zijn bladeren, samen met zuurstof (O) en op en bouwt er met behulp van het zonlicht en het bladgroen (chlorofyl) waardevolle druivesuikerverbindingen van. Dit proces noemt men de koolstofassimilatie of fotosynthese. Hoe hoger de CO2 concentratie, des te groter de productie van koolstofverbindingen, die in de plant verder worden omgezet in suiker, zetmeel en andere verbindingen. Vooral waardevol is de uit de grond afkomstige koolzuur, dat bijvoorbeeld uit met mest verwarmde bakken, heuvelbedden en goed met humus (compost) verzorgde tuinbedden door omzettingen, in de grond vrijkomt.

De belangrijkste, voor de planten onmisbare chemische elementen zijn naast koolstof (C) en zuurstof (O) waterstof (H), stikstof (N), kalium (K), magnesium (Mg), zwavel (S), ijzer (Fe), borium (B), mangaan (Mn), koper (Cu), chloor (Cl), molybdeen (Mo), zink (Zn), natrium (Na), silicium (Si) en kobalt (Co).

Werking van de voedingsstoffen in de plant

Stikstof, fosfor, kalium en kalk noemen we de hoofdvoedingsstoffen van de plant. Ze zijn in vrij grote hoeveelheden voor de groei nodig en worden, afhankelijk van de hoeveelheid humus in de grond, meer of minder uitgespoeld. Men moet ze dus weer aan de grond toevoegen, want als een van deze hoofdvoedingsstoffen ontbreekt, kunnen ook slechts kleine hoeveelheden van de andere voedingsstoffen werkzaam worden, ook al zijn die in overvloed aanwezig. Een ketting is altijd zo sterk als de zwakste schakel, en zo richt de groei van de plant zich ook altijd naar de hoofdvoedingsstof waarvan de kleinste hoeveelheid in de grond aanwezig is.

Men noemt dit de minimumwet van Liebig. De plant kan weliswaar zelf iets aan zijn gedrag veranderen, maar fundamenteel blijft het feit bestaan dat bij een bepaalde aanwezige hoeveelheid van een hoofdvoedingsstof ook een bepaalde hoeveelheid groen kan worden geproduceerd, onafhankelijk van de hoeveelheid van de andere aanwezige voedingsstoffen. Het is daarom van belang de behoefte aan voedsel en het voedselverbruik van de afzonderlijke gewassen te kennen om met de juiste mestgift het gewenste evenwicht tot stand te brengen. We willen daarom hier nog eens wijzen op het belang van een goede grondanalyse. Alleen daardoor kunnen we te weten komen wat we aan mineralen in de grond moeten aanvullen. Hierbij gedragen de verschillende grondsoorten zich geheel verschillend: leem- en kleigrond bezitten een ander gehalte aan minerale stoffen dan zandgrond of humushoudende veengrond.

Stikstof

De voor de planten beschikbare hoeveelheid stikstof, bepaalt de productie van groene massa. Sterke stikstofbemesting geeft sterke groei, grote bladontwikkeling, maar ook latere beëindiging van de groei bij twijgen van houtige gewassen (en daarmee dus grotere vorstgevoeligheid) en heeft een nadelige invloed op de bewaarbaarheid van bijvoorbeeld fruit. Te sterk met stikstof bemeste planten zijn gevoeliger voor ziekten en bloeien minder. Gebrek aan stikstof veroorzaakt groeistoornissen. Het blad wordt lichtgroen en kan bij extreem gebrek zelfs afsterven. Stikstof bepaalt echter ook de vorming van eiwitten in de plant. Bij een laag stikstofgehalte is het eiwitgehalte in de plant heel klein. Sterke stikstofverbruikers zijn alle bladgroenten zoals sla, spinazie en andijvie, koolsoorten, rabarber en komkommers.

Fosfor

Ook fosfor bevordert de vorming van eiwit in de plant. Het is verder belangrijk voor de vorming van zaad en vruchten. Het bevordert de rijping van het hout en is gunstig voor de vruchtbaarheid en de productie van vitaminen in de vruchten. Op de wortelvorming heeft fosfor een positieve invloed. Door fosforgebrek groeit en bloeit de plant later en duurt het langer voor de vruchten rijp zijn. Ook het scheuren van de vruchten, de vorming van slechte kroppen bij kool en spruitjes, taai weefsel en violette en roodbruine verkleuring van het blad, zijn te wijten aan fosforgebrek. Slecht uitrijpen van houtige twijgen en de daardoor veroorzaakte slechte winterhardheid geldt ook als gebrekverschijnsel. Te sterke bemesting met fosfor remt de opname van metalen als ijzer, koper en zink af. Groeistoornissen en geel worden van het blad (chlorose) is het gevolg. Jonge planten en zaaisels hebben bij het uitlopen zeer veel fosfor nodig. In deze tijd is de vorming van fosforzuren door micro-organismen nog heel gering.

Kalium

Voor de stevigheid van de weefsels hebben de planten kalium nodig. Belangrijke stofwisselingsprocessen als de vorming van zetmeel en suiker in de plant hebben voldoende kalium nodig, terwijl ook de bloei en vruchtzetting gunstig worden beïnvloed. Planten die grote hoeveelheden zetmeel en suiker produceren als de hakvruchten (aardappels en suikerbieten) hebben daarom grote hoeveelheden kalium nodig. Kalium werkt trouwens ook op de houdbaarheid van de vruchten en op de smaak in. Planten met kaliumgebrek zijn gevoelig voor ziekten, vooral schimmelziekten. Bladranden worden bruin en sterven af. De planten verwelken makkelijk en bevatten maar weinig eiwitten en koolhydraten. Wegens de bindende werking in de grond wordt kalium op zandgrond gebruikt om het vocht in de grond beter vast te houden.

Kalk

Calcium (kalk) heeft in de grond vooral invloed op de vorming van humus en zuren. In de plant is het een belangrijke bouwstof voor de versteviging van het weefsel en bij de vorming van zetmeel en suiker. Kalkgebrek herkent men onder andere aan de slechte houdbaarheid van vruchten en stip bij appels. Kalk heeft ook een belangrijke taak bij het voedseltransport in de plant. Kalkgebrek leidt makkelijk tot een daling van de pH in de grond en tot vastleggen van bepaalde voedingsstoffen, die dan niet meer voor de planten ter beschikking komen. Dezelfde werking kan echter ook een overmaat aan kalk hebben door het vastleggen van weer andere voedingsstoffen. Kalk is in de grond een belangrijke regulator van de pH, waarvan het optimum in de tuin - afhankelijk van de grondsoort- tussen 5,5 en 6,5 moet liggen.

Magnesium

Magnesium speelt een grote rol bij de ontwikkeling van bladgroen (chlorofyl), dat voor de fotosynthese en dus voor het leven van de plant onmisbaar is. Magnesiumgebrek geeft duidelijk zichtbare lichte vlekken in het blad (chlorose). Dit begint tussen de nerven en leidt bij extreem gebrek tot afsterven van het blad. Magnesiumgebrek ziet men bijzonder sterk bij veengrond, maar het kan ook ontstaan door vastleggen van een overmaat aan fosfor. Voor het opheffen van magnesiumgebrek, is meestal een bemesting met kieseriet en/of Dolokal-super of spuiten van een 2% oplossing van bitterzout (magnesiumsulfaat) voldoende.

Zwavel

Zwavel is een belangrijk bestanddeel van de door de plant opgebouwde eiwitverbindingen.

Spoorelementen

Borium, mangaan, koper, molybdeen, ijzer, zink en andere noemt men spoorelementen. Ze zijn voor een goede groei van de planten onmisbaar, maar werken al in heel kleine hoeveelheden (sporen) als zij door de planten worden opgenomen. Meestal zijn ze in voldoende hoeveelheden in de grond te vinden. Aan volledige anorganische meststoffen (mengmeststoffen) zijn zij soms al toegevoegd.
© 2010 - 2019 Raphaella, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Inspanningsfysiologie; mineralen, spoorelementen en bewegenMineralen en spoorelementen zijn micronutriënten. Mineralen en spoorelementen leveren geen energie, maar hebben belangri…
De organische meststoffen van EcostyleDe organische meststoffen van EcostyleDe AZ meststoffen van Ecostyle bevatten o.a. drie belangrijke voedingsstoffen zoals stikstof, fosfaat en kalium. AZ mest…
Kruidentuin: Teelt van kruiden, bemestingU weet nu inmiddels dat elke plant, behalve licht en water anorganische stoffen nodig heeft om in leven te kunnen blijve…
Toekomstige zonnecrèmesZonnecrèmes beschermen ons tegen de zon, maar zijn schadelijk voor het leven in zee. Kunnen wetenschappers binnenkort ee…
Organische bemesting met paardenmest of koemestOrganische bemesting met paardenmest of koemestAls het erom gaat een nóg grotere bloemenpracht, nóg meer opbrengst, maar vooral gezonde planten te hebben, dan is organ…

Reageer op het artikel "Werkzame bestanddelen in plantenvoeding"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

J. de Q., 22-08-2014 08:53 #1
Hallo, hoeveel kalium moet er bij de plant?

Infoteur: Raphaella
Gepubliceerd: 25-07-2010
Rubriek: Huis en Tuin
Subrubriek: Tuin
Reacties: 1
Schrijf mee!