Hoe kan je tegelen?
Tegelen is een lastige en zware klus. Maar iedereen kan het doen. Zorg eerst voor de juiste informatie en bereid je goed voor. Gebruik ook beschermmiddelen. Met het zagen van de tegel kunnen er stukjes van af springen. Dus een veiligheidsbril en handschoenen zijn geen overbodige luxe. Hieronder wordt beschreven hoe je moet tegelen, en wat je er allemaal voor nodig hebt.Soorten tegels
Je hebt 5 verschillende cattegorieen waar tegels in vallen de zogenaamde slijtagevastheidsklasse. In de tabel hieronder zie je wat de klasses betekenen en waar de tegels gebruikt kunnen worden.| Klasse | slijtagegevoeligheid | toepassing |
|---|---|---|
| I | zeer slijtage gevoelig | badkamer |
| II | slijtagegevoelig | slaapkamer, toilet, bovenverdieping |
| III | enigzins slijtagegevoelig | licht woonkamergebruik, zolder |
| IV | nauwelijks slijtagegevoelig | hal, (bij)keuken, woonkamer |
| V | niet slijtagegevoelig | openbare gelegenheden, kantoor |
Nadat je hebt bepaald hoe je je tegels wilt hebben, ga je de hoeveelheid berekenen die je nodig hebt. Dit doe je zo: Vermenigvuldig de lengte en breedte (van de vloer) of breedte en hoogte (van de wand(en)). Vermeerder de uitkomst met 5% voor breuk en snij verlies og 8% als de tegels diagonaal of in een patroon gaat verwerken. Neem liever iets te veel als te weinig mee. Tegels hebben een badnummer. Als je achteraf toch tegels te kort komt, dan kan je vrijwel nooit meer het juiste badnummer bijbestellen. En als je een ander badnummer neemt, is de kans groot dat je kleurverschil hebt.
Let dus goed op bij aankoop van tegels dat ze allemaal hetzelfde nummer hebben.
Voorbereiden tegelen
Voordat je de daadwerkelijke ruimte kunt gaan tegelen, heb je de volgende spullen nodig:- tegels
- tegellijm
- mixer
- lijmkam
- voegmiddel
- emmers
- tegelkruisjes
- tegelsnijder
- hout(latten) en schroeven
- waterpas
- draad
- tegelspanner
De te betegelen ondergrond moet vetvrij en stofvrij zijn, maar ook droog, vlak en stabiel zijn. Oneffenheden moet je wegwerken en oppervlakkige scheuren repareren. De erst van je voorbereiding is afhankelijk van je ondergrond. In een bouwmarkt kunnen ze je precies vertellen wat je met bepaalde soorten ondergrond moet doen voordat je gaat tegelen.
Het tegelen
Als de vloer en wanden gaat tegelen, is het het makkelijkst om eerst de wanden te gaan doen. Zo voorkom je vlekken van het voegmiddel op de nieuw betegelde vloer.De wanden
Het gebeurt zelden dat je met tegels mooi uitkomt op de wand. Voordat je daadwerkelijk begint met tegelen, leg eerst de tegels voor de wand op de grond neer. Om de werking van de wand op te vangen en het springen van de tegels te voorkomen, moet je tussen de laatste tegel en de hoek een voeg aanhouden van minimaal 6 mm. Om onderling gelijke voegruimtes te creeren, moet je tussen de tegels voegkruisjes plaatsen. Het mooiste is als je vooraan en achteraan de wand een pastegel krijgt van een ruime halve tegel. Hieronder vind je een tabel met hoe groot een voeg moet zijn bij een bepaalde tegel grootte, en welke lijmkam je nodig hebt.
| Tegelbreedte | voegbreedte | tanddiepte lijmkam |
|---|---|---|
| 0-5 cm | 2 mm | 4-6 mm |
| 6-10 cm | 2 mm | 4-6 mm |
| 11-20 cm | 2-3 mm | 8-10 mm |
| > 20 cm | 3-8 mm | 10-12 mm |
Breng verticale hulplatten aan op de plaats van de pastegels, zowel aan de linker als aan de rechter kant. Dit moet waterpas gebeuren. De hele tegels kunnen dan namelijk hier tegenaan gezet worden. Houd rekening met de ruimte voor de voegen
rondom de pastegels. Breng tussen de verticale hulplatten, ook waterpas, een horizontale lat aan. Bevestig deze lat op de
plek waar de onderste rij met pastegels eindigt. Voordat je met het echte werk gaat beginnen, moet je bepalen op welke hoogte je gaat beginnen met tegelen, je kunt dit doen met een berekening.
Een voorbeeld:
de wand is 220 cm hoog;
de tegels 20 x 20 cm
de voeg 3 mm.
Deel de 220 cm door 20,3 cm (tegel + voeg).
De uitkomst is 10,8. Je kunt dus 10 tegels boven elkaar plaatsen.
Aan de onder- en bovenkanten vanhet tegelwerk moet je een voeg van0,6 cm aanhouden. De voeg tussen de
tegels is 0,3 cm. Je houdt dan een ruimte over van 220 - 200 (11x15) -3,9 ((2x0,6)+(9x0,3)) = 16,1 cm.
Als je deze uitkomst deelt door 2 kom je dus op pastegels uit van 8,05 cm. Omdat het het mooist is als pastegels
groter zijn dan een halve tegel, moet je dus geen 10 maar 9 tegels boven elkaar plaatsen en pastegels van 18,2 cm (20,3+16,1:2) Houd bij het plaatsen van de horizontale lat ook rekening met de eventueel nog te plaatsen vloer. Bevestig de latten met schroeven en gebruik in een betonnen muur schroeven met pluggen. Als je de schroeven in de muur draait, zorg er dan voor dat de koppen van de schroeven enigszins uitblijven steken, zodat je ze er later makkelijk uit kunt halen.
Besmeer nu de eerste rij met tegellijm en plak de tegels op de wand, doe dit steeds rij voor rij. Als je alle hele tegel hebt geplaatst, haal je de latten weg. Nu kan je de passtukken plaatsen. Let op je hebt ongeveer de maat uitgerekend, maar de meeste muren lopen wel altijd wat schuin af. Meet dus voor ieder pastegel wel eerst even op hoe groot de tegel nu echt moet zijn. Als ook alle pastegels geplaats zijn, laat je alles eerst goed uitharden voordat je met het voegen begint.
De vloer
Het leggen van vloertegels gaat op vrijwel dezelfde manier als het tegelen van de muur. Werk altijd naar de deur toe, want anders sluit je je zelf in. En houd ook hier rondom 6 mm aan voor een voeg.
Om de maten van de pastegels te bepalen, leg je een rij tegels in de lengte als in de breedte uit. In plaats van hulplatten, span je draden langs de zijdes van het vlak, waarbinnen de hele tegels getegeld gaan worden. Om de draad te spannen, moet je spijkers in de ondervloer slaan. Zorg er wel voor dat de spijker in de voegen van de nog te leggen tegels komen. Bij het spannen van het draad moeten de hoeken haaks zijn.
Breng met de lijmkam vanaf de achterwand van hoekpunt naar hoekpunt een lijmbaan aan ter grootte van de tegel. Plaats op beide hoegken een tegel. Zet op beide hoektegels een tegelspanner en span hiertussen het bijbehorende elastiek. Plaats langs dit elastiek en gespannen draad de eerste rij tegels. Gebruik tussen de tegels de tegelkruisjes voor de juiste voegbreedte. Kijk nu of alle tegels recht en even diep liggen, Bevestig vervolgens de pastegels boven en naast de eerste rij. Vergeet niet eerst de bovenste spandraad te verwijderen. Leg nu de tweede rij op dezelfde manier als de eerste. Verplaats de tegelspanners met het elastiek steeds naar de te leggen volgende rij. Ga zo door totdat de gehele vloer betegeld is. Laat ook eerst de vloer goed uitharden voordat je met het voegwerk begint.
Als ook het voegwerk goed uitgehard is, kan je beginnen met afwerken. Moet je een gaatje boren om wat op te hangen, gebruik dan een speciale tegelboor. Voor andere afwerk mogelijkheden, raad ik aan om je te laten adviseren in een bouwmarkt. Want de afwerkmethodes zijn op zo veel verschillende manieren te doen, dat je dat beter even met eigen ogen kunt bekijken in een bouwmarkt.