Waarom een ledlamp blijft branden of knipperen
Door in huis gloeilampen en halogeenlampen te vervangen door ledlampen kan veel energie worden bespaard. Na overgestapt te zijn op zuinige ledlampen komt menigeen erachter dat de lampen aan blijven terwijl ze uitgeschakeld staan of erger nog: blijven knipperen. De vraag is dan of de energiebesparing van ledlampen wel uitkomt. Waardoor ontstaat dit en wat is er aan te doen?Inductieve spanning
Ledlampen of leds (light-emitting diode) zijn zeer energiezuinig. Er valt dus veel energie en geld te besparen door in ieder geval alle gloeilampen en zo mogelijk ook halogeenverlichting te vervangen door ledlampen. Pas na installatie kom je er vaak achter dat de lamp nooit helemaal uitgaat. Dit komt door overdracht van spanning van een nabijgelegen parallel lopende spanningsvoerende draad.Elke spanning zorgt voor een elektromagnetisch veld rondom die geleider. Het elektromagnetische veld rond de spanningsvoerende draad veroorzaakt een verschil in spanning in de nabijgelegen geleider. Men noemt dit ook wel overspraak- of inductiespanning. Dat verschil is erg klein maar genoeg om een stroom te laten lopen die voldoende is voor de ledlamp om te gaan branden. Deze overdracht via de lucht treedt vooral op als de installatiedraad erg lang is of als er in de leidingen veel draden parallel lopen.
Veel van onze apparaten staan voortdurend ingeschakeld, bijvoorbeeld een cv-ketel of koelkast, waardoor er continu spanning staat op de elektriciteitsleidingen in huis. Deze spanningsoverdracht is ook aanwezig bij andere contactpunten, maar gloei-, spaar- en halogeenlampen zijn niet gevoelig genoeg om te gaan branden op deze kleine hoeveelheid stroom. Ledlampen hebben maar een hele kleine hoeveelheid stroom nodig om te branden en blijven daardoor ook zwak branden als ze uitstaan. Als oriëntatieverlichting op een overloop of in een toilet kan een zwak brandende led nog acceptabel zijn, maar in een slaapkamer is het niet wenselijk. Echt hinderlijk wordt het pas als de ledlamp gaat knipperen.