Elektriciteit en Veilig

Veilig werken aan elektriciteit

Veilig werken aan elektriciteit

Leven zonder elektriciteit in huis is nauwelijks nog voorstelbaar. Als je een aantal elementaire regels in acht houdt kan je met enige basiskennis eenvoudige elektrische klussen in huis best zelf uitvoeren.


Betekenis van de kleurkodes

De elektriciteitskabels die in huis de lichtpunten, stopcontacten en schakelaars met elkaar verbinden, bevatten ten minste de volgende drie draden:

Fasedraad of stroomdraad
Hierop staat de gevaarlijke spanning van 220 Volt. Bij correcte aansluiting is deze draad bruin of zwart. Op schakelaars en elektrische apparaten wordt de fasedraad aangegeven met de letter 'P'.

Nuldraad
Deze is bij correcte aansluiting ongevaarlijk, omdat er geen spanning op staat. De kleur is blauw, letteraanduiding 'N'.

Aarddraad
De groen-gele aarddraad zorgt ervoor dat bij kortsluiting de hoofdstop doorslaat en de stroom wordt afgesloten.

Om een elektrisch apparaat of lamp te laten functioneren, moeten in elk geval de fasedraad en de nuldraad zijn aangesloten. Een schakelaar onderbreekt de stroomtoevoer van de fasedraad.

De spanningzoeker

Om te weten of er stroom door een kabel loopt, beter gezegd of er spanning op staat, heb je een spanningzoeker nodig. Er zijn twee typen.

Schroevendraaier
Het eerste is een kleine schroevendraaier met een ingebouwd lampje dat oplicht als je de stift van de schroevendraaier tegen een stroomdraad houdt en een vinger op het uiteinde van het handvat houdt.

Kontaktstiften
Veel betrouwbaarder is het tweede type, dat twee contactstiften heeft; Als je die tegen een fasedraad en een nuldraad houdt, geven lichtdioden niet alleen aan of er spanning op staat, maar ook hoe hoog die is.

De normale spanning in woonhuizen is 220 Volt (V), maar voor zware toepassingen zoals elektrische verwarming kan ook sterkstroom aanwezig zijn (400 V), waar een leek in geen geval aan mag komen. Verder is er laagspanning voor halogeenlampen, met 12 V zo goed als ongevaarlijk.

Hoe sluit je de draden aan?

De kabels in het plafond en in de muur die bedoeld zijn om er een lamp op aan te sluiten, komen uit in een plafonddoos of wanddoos. Om de kabels met de lamp te verbinden, gebruikt men zogenaamde kroonsteentjes met een breedte van 6 mm. Een kroonsteentje heeft twee openingen die elk voorzien zijn van een schroefje. Om een draad aan te sluiten draai je het schroefje los, steekt de draad in de opening en draait dan het schroefje weer vast.

Regels voor veilig werken

Nog een woordje uitleg over de spanning van het stroomnet. De bij ons gebruikelijke spanning van 220/240 volt wisselstroom heeft veel voordelen. Zo kan de stroom met weinig verlies over grote afstanden worden vervoerd en daarbij ook nog een hoog vermogen houden.

Helaas is deze spanning niet ongevaarlijk. Het aanraken van een draad of contactpunt waarop een spanning van 220 V staat kan voor mensen dodelijk zijn. Toch betekent dit absoluut niet dat het werken aan lichtschakelaars, stopcontacten of wand- en plafonddozen ook daadwerkelijk gevaarlijk is. Voorwaarde is wel dat je twee regels altijd in acht neemt.

Stop uitschakelen
Schakel als je met elektriciteit gaat werken altijd eerst de bijbehorende stop in de meterkast uit (of schroef hem eruit als het een ouderwetse smeltzekering is), dan heb je gegarandeerd geen spanning meer. Bij een moderne meterkast gaat dat met zwarte schakelaars waarbij moet zijn aangegeven bij welk deel ze behoren (bijvoorbeeld 'woonkamer'). Als de schakelaar omhoog staat is er spanning, als hij omlaag staat niet. Mocht de ruimteaanduiding ontbreken, probeer dan een voor een alle schakelaars tot je de juiste hebt gevonden.

Dan is er ook nog de hoofdzekering, een bredere schakelaar (of een dikkere smeltzekering). Als je die uitschakelt ben je helemaal veilig, maar dan heb je nergens meer stroom en kun je dus ook geen licht maken of elektrisch gereedschap gebruiken.

Altijd de spanning controleren
Test altijd met een spanningzoeker of er inderdaad geen spanning meer op het stroomnet staat, ook al heb je de stop uitgeschakeld. Als er fouten zijn gemaakt bij de installatie of er zit een defect in de leidingen dan kan het nog steeds gevaarlijk zijn, ook als de zogenaamd goede stop uitgeschakeld is. Het Is bijvoorbeeld niet zeker dat er ook op de stopcontacten geen spanning meer staat als de lampen in een kamer het niet meer doen. Bij slordige installatie kunnen die bij verschillende stoppen zijn ondergebracht.

Als je iets aan een lamp doet of aan de stroomdraad ervan, is het beslist niet genoeg om de lichtschakelaar uit te doen. Als je bijvoorbeeld een lamp vervangt is het levensgevaarlijk om alleen maar eerst met de wandschakelaar 'het licht uit te doen'. Het is namelijk mogelijk dat de schakelaar niet de gevaarlijke fasedraad met zijn 220 V onderbreekt, maar in plaats daarvan de nuldraad. Dat werkt evengoed, maar je hebt op de lamp nog steeds de volle 220 V spanning.

De aardlekschakelaar

Om het gebruik van stroom nog veiliger te maken, moet de stroomvoorziening tegenwoordig beveiligd zijn met een noodschakelaar, ook wel aardlekschakelaar genoemd. Er geldt een verplichting voor alle nieuwe apparaten sinds 1984.

De aardlekschakelaar onderbreekt de stroomkring meteen als zich een kortsluiting van slechts 0,03 ampère (30 mA = milliampère) voordoet. Onder kortsluiting wordt verstaan een contact tussen de stroom van de stroomdraad en de aarde of de nulleider. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als door beschadiging van de kabel de behuizing van een apparaat als een koelkast of een wasmachine contact maakt met het stroomnet. Dat betekent dat het aanraken van het apparaat een stroomstoot tot gevolg heeft. Omdat het menselijk lichaam maar heel kort een stroomsterkte van 0,03 ampère aan kan, moet een aardlekschakelaar al bij een stroomsterkte van 0,03 ampère de stroomkring onderbreken, en dat met een reactietijd van slechts 0,1 seconde.

Aardlekschakelaars moeten ongeveer elke zes maanden worden gecontroleerd op hun functioneren. Hiervoor hebben ze een controleknop, die een keer kort ingedrukt moet worden.

Andere belangrijke regels

  • Houd kinderen uit de buurt als je met elektriciteit bezig bent. Ze kunnen de gevaren ervan niet inschatten
  • .
  • Laat geen karwei half afgemaakt liggen en zorg er bij een onderbreking voor dat er geen draden of kabels open liggen; Dat kan voor derden levensgevaarlijk zijn.
  • Werk rustig en bedachtzaam; Onder stress kan je gevaarlijke fouten maken.
  • Gebruik alleen nieuw materiaal; Beschadigde leidingen moeten bijvoorbeeld niet worden opgelapt, maar horen op de vuilnisbelt.
© 2008 - 2009 Serkozy, gepubliceerd in Doe Het Zelf (Huis en Tuin) op 18-08-2008, laatst gewijzigd op 24-09-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Serkozy is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Veilig werken aan elektriciteit"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.